ECLI:NL:CRVB:2020:577
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hardheidsclausule bij exportverbod Wajong-uitkering naar België
Betrokkene ontvangt sinds 2003 een Wajong-uitkering en verzocht in 2015 om deze uitkering te mogen exporteren naar België. Het UWV wees dit verzoek af, waarna betrokkene bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond wegens onvoldoende motivering van het UWV over de hardheidsclausule. Het UWV ging in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat het UWV voldoende aandacht heeft besteed aan de omstandigheden en dat de medische gegevens geen noodzaak aantonen voor verblijf in België. De begeleiding die betrokkene wenst kan ook in Nederland worden geboden. De hardheidsclausule kan slechts in uitzonderlijke gevallen worden toegepast en is hier niet van toepassing.
Verder is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de procedure is overschreden met een half jaar, waarvoor de Staat een immateriële schadevergoeding van €500,- moet betalen, evenals proceskosten. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van het UWV ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en de Staat wordt veroordeeld tot een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.