ECLI:NL:CRVB:2020:543
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor passende functies
Appellante was werkzaam als cateringmedewerkster en meldde zich in 2009 ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering per 6 juli 2016, omdat zij geschikt werd geacht voor functies die in het kader van de EZWb van 2015 waren geselecteerd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij niet geschikt was voor de geselecteerde functies en bracht zij nieuwe medische omstandigheden in, waaronder een hartinfarct in 2017. De Raad oordeelde dat deze nieuwe klachten niet relevant zijn voor de situatie op de datum in geding en onderschreef het oordeel van de rechtbank. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen vanwege het ontbreken van twijfel aan de medische beoordeling.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor passende functies.