ECLI:NL:CRVB:2020:523
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Herziening AOW-pensioen wegens duurzaam gescheiden leven niet gegrond verklaard
Appellant ontving een AOW-pensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde, terwijl de Sociale Verzekeringsbank (Svb) het pensioen herzag naar het gehuwde tarief op grond van het oordeel dat appellant en zijn echtgenote niet duurzaam gescheiden leven. Dit oordeel was gebaseerd op onderzoek en rapporten waarin bleek dat de echtgenote frequent contact heeft met appellant en hem verzorgt.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat er geen sprake was van duurzaam gescheiden leven, mede vanwege het frequente contact en de mantelzorg. Appellant ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat het feit dat zijn echtgenote mantelzorger is, niet uitsluit dat zij duurzaam gescheiden leven.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt dat de scheiding van tafel en bed niet leidt tot ontbinding van het huwelijk en niet automatisch duurzaam gescheiden leven betekent. De Raad verwijst naar eerdere rechtspraak voor de uitleg van dit begrip en concludeert dat appellant en zijn echtgenote niet duurzaam gescheiden leven. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het AOW-pensioen blijft herzien naar het gehuwde tarief.