ECLI:NL:CRVB:2020:430
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-wonen op uitkeringsadres bij extreem laag waterverbruik
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en stond ingeschreven op een bepaald adres. Naar aanleiding van een melding dat zij niet op dat adres woonde, voerde het bestuur een onderzoek uit, waarbij onder meer verbruiksgegevens van water en elektriciteit werden bekeken.
Het onderzoek toonde een extreem laag waterverbruik van slechts 2 m³ over bijna een jaar, wat de Raad eerder als indicatie voor niet-bewoning heeft aangemerkt. Appellante kon dit lage verbruik niet voldoende verklaren, ook niet met haar stelling dat zij veel tijd bij haar ouders doorbracht. Het lage elektriciteitsverbruik bood geen verklaring omdat stroomverbruik ook zonder aanwezigheid kan plaatsvinden.
Op grond hiervan heeft het bestuur de bijstand ingetrokken en teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep, waarbij zij oordeelde dat het bestuur terecht aannam dat appellante niet op het uitkeringsadres woonde. De overige beroepsgronden werden niet behandeld en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet-wonen op het uitkeringsadres wordt bevestigd.