ECLI:NL:CRVB:2020:43
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging toelage bezwarende omstandigheden wegens fulltime ondernemingsraadwerk
Appellant, werkzaam als ambtenaar bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, ontving een toelage bezwarende omstandigheden voor werkzaamheden onder bezwarende omstandigheden. Deze toelage werd toegekend over de periode 2012 tot 2015, maar later ingetrokken per 1 januari 2014 omdat appellant sindsdien fulltime werkzaam was voor de ondernemingsraad en niet langer de functie met bezwarende omstandigheden uitoefende.
Appellant voerde aan dat op grond van artikel 18 van Pro de Wet op de ondernemingsraden de toelage niet mocht worden beëindigd omdat hij zijn werkzaamheden voor de ondernemingsraad met behoud van bezoldiging verrichtte. De Raad oordeelde dat de toelage afhankelijk is van het feitelijk verrichten van werkzaamheden onder bezwarende omstandigheden en dat deze niet toekomt als appellant deze werkzaamheden geheel heeft gestaakt.
De Raad verduidelijkte dat de toelage niet maandelijks wordt vastgesteld op basis van het aantal uren, maar doorloopt zolang de werkzaamheden worden verricht. Omdat appellant sinds 2014 geen werkzaamheden onder bezwarende omstandigheden meer verricht, is de beëindiging van de toelage terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De toelage bezwarende omstandigheden wordt terecht beëindigd omdat appellant sinds 2014 fulltime voor de ondernemingsraad werkt en geen werkzaamheden onder bezwarende omstandigheden verricht.