ECLI:NL:CRVB:2020:41
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening kinderbijslag en boeteoplegging wegens niet melden verblijf in Frankrijk
Appellant ontving vanaf het eerste kwartaal van 2013 kinderbijslag voor zijn dochter, die volgens de Sociale verzekeringsbank (Svb) sinds het derde kwartaal van 2013 bij haar moeder in Frankrijk woonde en daar naar school ging. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de Svb terecht de kinderbijslag had teruggevorderd en een boete had opgelegd wegens het niet melden van de verhuizing.
In hoger beroep betwist appellant dat zijn dochter al vanaf 2013 in Frankrijk woonde en stelt dat zij pas sinds juni 2015 bij haar moeder verblijft. De Raad overweegt dat de Svb voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de dochter vanaf het derde kwartaal van 2013 in Frankrijk woonde, mede op basis van verklaringen van de Franse autoriteiten en de school aldaar. Appellant heeft geen verifieerbare tegenbewijs geleverd.
De Raad oordeelt dat de Svb terecht de kinderbijslag heeft herzien en teruggevorderd, en dat er geen dringende redenen zijn om van terugvordering af te zien. De opgelegde boete wegens schending van de inlichtingenplicht is passend, maar moet worden vastgesteld op €766,60 in plaats van €770,- vanwege gewijzigde regelgeving. De Raad vernietigt het boetebesluit deels, verklaart het hoger beroep gegrond voor zover het de boete betreft, en veroordeelt de Svb in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De boete wordt vastgesteld op €766,60 en de terugvordering kinderbijslag vanaf het derde kwartaal 2013 blijft gehandhaafd.