ECLI:NL:CRVB:2020:372
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling duurzaamheid volledige arbeidsongeschiktheid voor WIA-uitkering
Werknemer, werkzaam als schoonmaker, viel uit op 16 juni 2014. Het Uwv kende hem op 26 mei 2016 een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 100%. Appellante maakte bezwaar tegen het besluit en stelde dat werknemer recht had op een IVA-uitkering wegens duurzame arbeidsongeschiktheid. Dit bezwaar werd door het Uwv ongegrond verklaard en de rechtbank verklaarde het beroep van appellante eveneens ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat werknemer vanwege zijn kwetsbaarheid, intellectuele beperking en taalproblemen niet duurzaam arbeidsongeschikt was erkend. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de verzekeringsarts een concrete en deugdelijke afweging heeft gemaakt, waarbij rekening is gehouden met medische rapporten en prognoses van behandelaars. De Functionele Mogelijkhedenlijst gaf aan dat werknemer weliswaar blijvende beperkingen heeft, maar dat passend werk mogelijk is.
De Raad concludeerde dat de volledige arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is omdat er een redelijke kans op herstel bestaat. Daarbij werd meegewogen dat werknemer sinds 1993 langdurig op de arbeidsmarkt heeft gefunctioneerd en dat de medische beoordeling zorgvuldig was. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de volledige arbeidsongeschiktheid van werknemer per 13 juni 2016 niet duurzaam is.