ECLI:NL:CRVB:2020:3526
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging wijziging ouderdomspensioen wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven
Appellanten zijn sinds 1975 gehuwd maar wonen sinds 1997 niet meer samen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende hen ouderdomspensioenen toe op basis van de ongehuwdennorm, uitgaande van duurzaam gescheiden leven. Na een onderzoek in 2018, inclusief huisbezoeken en gesprekken, wijzigde de Svb het pensioen naar de gehuwdennorm omdat niet bleek dat appellanten duurzaam gescheiden leefden.
De rechtbanken verklaarden de beroepen van appellanten ongegrond, stellende dat de financiële verwevenheid, gezamenlijke vermogensbeheerrekening, langstlevend testament en gezamenlijke zorgverzekering wezen op geen duurzaam gescheiden leven. Appellanten voerden aan dat zij financieel onafhankelijk zijn en ieder een eigen woning bezitten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraken. De Raad verwijst naar vaste rechtspraak dat duurzaam gescheiden leven inhoudt dat ieder een eigen leven leidt alsof niet gehuwd, en dat niet samenwonen alleen niet voldoende is. Gezien de financiële verbondenheid, gezamenlijke afspraken en sociale contacten concludeert de Raad dat appellanten niet duurzaam gescheiden leven.
De Raad oordeelt dat de Svb terecht het ouderdomspensioen heeft aangepast naar de gehuwdennorm en wijst de hoger beroepen af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellanten niet duurzaam gescheiden leven en dat de Svb terecht het ouderdomspensioen heeft aangepast naar de gehuwdennorm.