ECLI:NL:CRVB:2020:3465
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstandsuitkering wegens niet gemelde kasstortingen en bijschrijvingen
Appellanten ontvangen sinds 2013 bijstand op grond van de Participatiewet. In een rechtmatigheidsonderzoek zijn kasstortingen en bijschrijvingen op hun bankrekening in de periode maart 2017 tot april 2018 vastgesteld. Het college heeft daarop de bijstand herzien en een bedrag van €3.868,64 teruggevorderd wegens niet-melding van deze inkomsten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten dat de bedragen leningen waren van hun dochter, bedoeld voor boodschappen en energienahief, en dat zij deze niet vrij konden besteden. Dit verweer faalde omdat vaste rechtspraak kasstortingen en bijschrijvingen als middelen en inkomsten aanmerkt, ook als het leningen betreft. Leningen zijn niet uitgezonderd van het middelenbegrip en periodieke betalingen van derden worden als inkomen gezien.
Appellanten konden niet aannemelijk maken dat zij niet vrij over deze bedragen konden beschikken; zij hebben deze voor hun levensonderhoud gebruikt. Ook is de inlichtingenverplichting geschonden omdat zij niet onverwijld melding maakten van de kasstortingen en bijschrijvingen, ondanks dat zij later op verzoek stukken aanleverden. De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de herziening en terugvordering van de bijstand en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde kasstortingen en bijschrijvingen, ook als het leningen betreft.