ECLI:NL:CRVB:2020:3408
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens onverschoonbare termijnoverschrijding bij bijzondere bijstand
Appellante verzocht bijzondere bijstand voor tandartskosten, welke door het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar werd afgewezen. Tegen dit besluit stelde appellante beroep in bij de rechtbank, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. Appellante voerde aan dat zij niet tijdig op de hoogte was gesteld van het besluit omdat haar toenmalige gemachtigde het besluit naar een onjuist adres had gestuurd en dat de rechtbank de zaak had moeten aanhouden om de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding te beoordelen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank terecht het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard. De Raad benadrukt dat appellante zelf verantwoordelijk is voor het tijdig indienen van beroep en dat het handelen of nalaten van haar gemachtigde voor haar risico komt. Het feit dat het besluit naar het adres van een ex-partner werd gestuurd en dat geen beroep werd ingesteld, kan niet leiden tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding.
De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door M. van Paridon, in aanwezigheid van griffier D. Bakker.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt bevestigd wegens onverschoonbare termijnoverschrijding.