ECLI:NL:CRVB:2020:3381
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid verzoek om herziening in sociale zekerheidszaak ongegrond verklaard
Verzoekster had een verzoek om herziening ingediend tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 17 december 2019. Dit verzoek werd op 18 juni 2020 niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Verzoekster stelde in verzet dat zij het griffierecht wel had betaald en vroeg om een nieuwe nota. Tijdens de zitting van 11 december 2020 waren beide partijen niet aanwezig.
De Raad oordeelde dat in het verzet geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die konden leiden tot het oordeel dat verzoekster niet in verzuim was geweest. Het griffierecht was niet ontvangen en verzoekster had geen bewijs van betaling overgelegd. De wet biedt geen mogelijkheid om een nieuwe betalingstermijn te gunnen.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter J.C. Boeree in aanwezigheid van griffier R. van Doorn op 23 december 2020.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om herziening wordt ongegrond verklaard.