ECLI:NL:CRVB:2019:4083
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring verzoek om herziening wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Verzoekster had een verzoek om herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, maar dit verzoek werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald.
Tegen deze beslissing heeft verzoekster verzet aangetekend, stellende dat zij het griffierecht wel had verzonden en verzocht om een nieuwe nota toe te zenden. Tijdens de zitting waren beide partijen niet aanwezig.
De Raad oordeelde dat in het verzet geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die het eerdere oordeel konden wijzigen. Het griffierecht was niet ontvangen en verzoekster had geen bewijsstukken overlegd ter onderbouwing van betaling.
Het wettelijk kader laat geen ruimte voor het gunnen van een nieuwe termijn voor betaling van het griffierecht. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet van verzoekster wordt ongegrond verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.