ECLI:NL:CRVB:2020:3378

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 december 2020
Publicatiedatum
23 december 2020
Zaaknummer
20/985 ANW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond verklaard wegens betalingsonmacht griffierecht door coronabeperkingen

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht van €131.

Appellante gaf aan geen inkomsten te hebben en niet in staat te zijn het griffierecht te betalen. De nota en betalingsherinnering werden in de periode na half maart 2020 verzonden, toen door de coronapandemie vrijwel geen vliegverkeer mogelijk was tussen Nederland en Marokko.

De Raad oordeelde dat hierdoor niet kon worden uitgesloten dat appellante niet tijdig een beroep op betalingsonmacht kon doen. Daarom werd het verzet gegrond verklaard, de eerdere uitspraak verviel en het onderzoek werd voortgezet in de voorgaande stand. Proceskosten werden niet toegewezen.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet in de eerdere stand.

Uitspraak

Datum uitspraak: 11 december 2020
20/985 ANW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 januari 2020, 19/2525 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Zitting heeft: J.C. Boeree
Griffier: R. van Doorn
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 25 juni 2020 heeft de Raad het hoger beroep van appellante tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
Appellante heeft bij brief van 14 juli 2020 te kennen gegeven dat zij geen inkomsten heeft en niet in staat is het bedrag van € 131,- aan griffierecht te betalen. Dit heeft zij herhaald in haar verzetschrift.
De Raad heeft appellante op 14 maart 2020 een nota voor voldoening van het griffierecht toegezonden. Op 14 april 2020 is per aangetekende post een betalingsherinnering gestuurd. Appellante heeft in een brief van 14 juli 2020 meegedeeld dat zij niet in staat is het griffierecht te voldoen. Zij heeft een kopie van de betalingsherinnering bij deze brief gevoegd. In de periode na half maart 2020 is er in verband met de situatie rondom het Coronavirus weinig tot geen vliegverkeer mogelijk geweest tussen Nederland en Marokko. In deze periode zijn de nota en betalingsherinnering aan appellante verstuurd. Gelet hierop kan niet worden uitgesloten dat appellante niet in de gelegenheid is geweest om binnen de gestelde termijn een beroep op betalingsonmacht te doen. Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van 25 juni 2020 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) R. van Doorn (getekend) J.C. Boeree