ECLI:NL:CRVB:2020:3355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op ziekengeld en WIA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, voormalig chauffeur/koerier, meldde zich ziek wegens rugklachten en vroeg ziekengeld en later een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat appellant vanaf 12 augustus 2018 meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen en dat hij de wachttijd voor de WIA niet heeft voltooid.
Na bezwaar en beroep, waarbij aanvullende medische onderzoeken en arbeidsdeskundige beoordelingen plaatsvonden, handhaafde het UWV deze besluiten. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat de beperkingen van appellant adequaat waren vastgesteld, met name dat er geen ernstige psychiatrische stoornissen of objectief vastgestelde rugproblemen waren. De arbeidsdeskundige maakte inzichtelijk waarom de geselecteerde functies passend waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen reden is de vastgestelde belastbaarheid te betwijfelen. De Raad bevestigt dat appellant geen recht heeft op ziekengeld en de WIA-uitkering, en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV dat appellant geen recht heeft op ziekengeld en WIA-uitkering wordt bevestigd.