Uitspraak
18.6017 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante vroeg bijstand aan na eerdere afwijzingen en moest nadere gegevens overleggen over haar financiële situatie vanaf juni 2016. Uit bankafschriften bleek dat haar uitgaven voor boodschappen aanzienlijk lager waren dan de Nibud-normen en dat zij contant geld had opgenomen waarvan de herkomst niet duidelijk was. Appellante verklaarde dat zij geld had geleend van familie, maar kon dit niet met objectieve bewijsstukken onderbouwen.
Het dagelijks bestuur wees de aanvraag af omdat niet kon worden vastgesteld hoe appellante in haar levensonderhoud had voorzien. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij met een verklaring van haar zus aannemelijk had gemaakt dat zij bijstandbehoevend was, maar ook deze verklaring was niet onderbouwd met objectieve gegevens.
De Raad oordeelde dat appellante niet voldeed aan haar medewerkingsplicht om haar financiële situatie volledig en duidelijk te openbaren, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.