ECLI:NL:CRVB:2020:3326
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziekengelduitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellant was werkzaam als algemeen medewerker horeca en ontving een Ziekengelduitkering op grond van de Ziektewet na ziekmelding met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV stelde na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde de uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en de medische beperkingen juist waren vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank een eigen medisch oordeel had gegeven en dat een onafhankelijk deskundige benoemd had moeten worden vanwege tegenstrijdige medische rapporten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank geen eigen medisch oordeel gaf maar een gemotiveerde keuze maakte tussen verschillende rapporten. De conclusies van de verzekeringsartsen en psychiater Kondakçi werden gevolgd omdat deze beter onderbouwd waren dan die van andere psychiaters. De Raad zag geen aanleiding voor een onafhankelijk deskundige.
De Raad bevestigde dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn voor appellant en dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd waarom de uitkering terecht is beëindigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de Ziekengelduitkering terecht heeft beëindigd.