ECLI:NL:CRVB:2020:3322
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor geselecteerde functies
Appellant was werkzaam als medewerker koffieautomaten en meldde zich ziek met hartklachten. Na een eerstejaars Ziektewet-beoordeling (EZWb) beëindigde het UWV zijn ZW-uitkering omdat hij meer dan 65% van zijn loon kon verdienen met andere functies. Na hernieuwde ziekmelding en medische beoordeling beëindigde het UWV opnieuw de ZW-uitkering per 5 juni 2018.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de medische informatie juist had beoordeeld en dat appellant geschikt was voor ten minste één van de geselecteerde functies. In hoger beroep betoogde appellant dat zijn hart-, duim- en elleboogklachten onvoldoende waren meegewogen en verzocht om een deskundige benoeming.
De Raad oordeelde dat de medische gegevens, waaronder cardiologische rapporten, voldoende waren betrokken bij de beoordeling en dat appellant onvoldoende medische onderbouwing leverde voor aanvullende beperkingen. De Raad zag geen reden om het bestreden besluit te vernietigen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering omdat appellant geschikt is voor geselecteerde functies.