ECLI:NL:CRVB:2020:3265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat brandincident als beroepsincident geldt en heroverweging schadevergoeding
Betrokkene, werkzaam als [functie 1] en bedrijfshulpverlener bij het [centrum], had tijdens een brand op 11 maart 2012 de leiding over het aanwezige personeel. Ondanks moeilijkheden met blusapparatuur hield hij de celdeur aanvankelijk dicht om verspreiding van de brand te voorkomen. De rechtbank oordeelde dat deze situatie bijzonder gevaarlijk was en kwalificeerde het incident als een beroepsincident. De minister stelde in hoger beroep dat het geen gevaarzettende situatie betrof, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en verwierp het hoger beroep van de minister.
Betrokkene had ook een suïcide van een ingeslotene meegemaakt en leed psychische klachten, erkend als beroepsziekte. Het verzoek om schadevergoeding werd door de rechtbank afgewezen, maar de minister moet dit verzoek in een nieuw besluit heroverwegen. Het incidenteel hoger beroep van betrokkene slaagde niet omdat erkenning van het beroepsincident niet automatisch leidt tot volledige schadevergoeding.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak, bepaalde dat beroep tegen het nieuwe besluit van de minister alleen bij de Raad kan worden ingesteld en veroordeelde de minister in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt verworpen en het brandincident wordt als beroepsincident aangemerkt; de minister moet het verzoek om schadevergoeding heroverwegen.