ECLI:NL:CRVB:2020:3225
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige beoordeling beperkingen
Appellante, laatstelijk werkzaam als verkoopmedewerkster, meldde zich ziek met pijn- en stressklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaars beoordeling beëindigde het UWV de uitkering omdat zij geschikt werd geacht voor andere functies. Appellante maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit, waarbij medische en arbeidskundige rapporten werden betrokken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was, alle klachten waren betrokken en geen schending van het equality of arms-beginsel had plaatsgevonden. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen onvoldoende waren onderzocht en dat een onafhankelijke deskundige benoemd moest worden.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de rechtbank en stelde vast dat het UWV de beperkingen van appellante adequaat had beoordeeld, dat zij voldoende gelegenheid had gehad om medische stukken in te brengen en dat benoeming van een onafhankelijke deskundige niet noodzakelijk was. De Raad concludeerde dat appellante geschikt is voor ten minste één van de geselecteerde functies en bevestigde het bestreden besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering na een zorgvuldig onderzoek.