Uitspraak
18.1010 ZW
mr. Seker. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W. de Rooy-Bal.
OVERWEGINGEN
BESLISSING
H. Spaargaren als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 december 2020.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam als fulltime restaurantmedewerker en meldde zich ziek op 9 augustus 2016. Het UWV beëindigde zijn Ziektewet-uitkering per 10 oktober 2016 op basis van een medisch onderzoek door een bedrijfsarts en een verzekeringsarts bezwaar en beroep. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat appellant zijn eigen arbeid kon verrichten.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, met name omdat volgens hem de verzekeringsarts informatie had moeten opvragen bij de behandelend sector. Dit standpunt werd niet onderbouwd en de Raad volgde het oordeel van de rechtbank dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. De Raad bevestigde dat de verzekeringsarts op eigen oordeel mag varen tenzij sprake is van een afwijkend beredeneerd standpunt van de behandelend sector, wat hier niet het geval was.
De Raad concludeerde dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de juistheid van de beoordeling van de belastbaarheid van appellant en bevestigde het oordeel dat appellant op de datum in geding in staat was zijn maatgevende arbeid te verrichten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt bevestigd.