ECLI:NL:CRVB:2020:3219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing woonvoorziening wegens onjuiste motivering en onzekerheid over woningbehoud
Appellante, rolstoelgebonden sinds 2007, vroeg in 2013 een woonvoorziening aan voor aanpassing van haar woning. Het college wees dit af omdat zij zonder dringende noodzaak naar een niet-passende woning was verhuisd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond vanwege het ontbreken van een beoordeling van alternatieven en het niet toepassen van de hardheidsclausule.
Het college handhaafde de afwijzing in een nieuw besluit, waarop de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde. Appellante ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Deze oordeelde dat het college wel onderzoek had gedaan naar geschikte woningen, maar de resultaten niet in het besluit had verwerkt, waardoor het besluit onvoldoende gemotiveerd was.
Verder bleek onzeker of appellante in haar woning kon blijven vanwege een faillissement en mogelijke verkoop. Dit maakte dat niet voldaan was aan de voorwaarden voor toewijzing van de voorziening. De Raad vernietigde het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand vanwege de onzekerheid over het woningbehoud. Het college werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand vanwege onzekerheid over het woningbehoud.