ECLI:NL:CRVB:2020:3143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping besluit UWV en toekenning IVA-uitkering wegens duurzame arbeidsongeschiktheid
Betrokkene was sinds 30 augustus 2012 arbeidsongeschikt en ontving vanaf 28 augustus 2014 een WGA-uitkering. Op 21 januari 2016 wijzigde het UWV deze in een WGA-loonaanvullingsuitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%, zonder voorafgaande medische beoordeling. Zowel betrokkene als werkgever maakten bezwaar en stelden dat de arbeidsongeschiktheid duurzaam was en recht gaf op een IVA-uitkering.
Na bezwaar en beroep werd door verzekeringsarts en arbeidsdeskundige een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld. De verzekeringsarts betoogde dat beperkingen niet duurzaam waren vanwege mogelijke verbetering door een gastric bypassoperatie, terwijl de arbeidsdeskundige concludeerde dat er geen passende functies waren. De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV wegens onvoldoende motivering omtrent de effectiviteit van de operatie.
In hoger beroep stelde het UWV dat een redelijke verwachting bestond dat de belastbaarheid zou verbeteren, mede door behandeling van knieklachten en depressie. De Raad achtte dit onvoldoende gemotiveerd, mede omdat een knieprothese vanwege medische risico's niet mogelijk was en de gastric bypassoperatie waarschijnlijk geen verbetering zou brengen.
Op verzoek van de Raad stelde het UWV een nieuwe FML op waarin de beperkingen als duurzaam werden aangemerkt. De arbeidsdeskundige concludeerde dat er geen passende functies waren. De Raad oordeelde dat betrokkene op 28 april 2016 volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was en herroept het besluit van 21 januari 2016, met toekenning van een IVA-uitkering vanaf die datum.
Uitkomst: Het besluit van 21 januari 2016 wordt herroepen en betrokkene krijgt met ingang van 28 april 2016 recht op een IVA-uitkering wegens duurzame arbeidsongeschiktheid.