Uitspraak
18.2473 WAJONG
OVERWEGINGEN
.Deze voorwaarde behoeft daarom geen verdere bespreking.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering op grond van arbeidsongeschiktheid. Het UWV heeft de aanvraag afgewezen omdat het arbeidsvermogen niet als duurzaam ontbroken werd beschouwd. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd en het beroep van appellante ongegrond verklaard.
De kern van het geschil betrof de vraag of appellante ten minste vier uur per dag belastbaar is, al dan niet aaneengesloten, en of zij een taak kan uitvoeren binnen een arbeidsorganisatie. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat appellante ondanks een laagnormale bloeddruk en incidenteel flauwvallen, ten minste een uur aaneengesloten en vier uur per dag belastbaar is. Ook beschikt zij over basale werknemersvaardigheden.
De Raad volgde deze conclusies en oordeelde dat appellante niet voldoet aan de voorwaarden om als jonggehandicapte te worden aangemerkt. De vraag naar de duurzaamheid van het arbeidsvermogen bleef daarmee onbeantwoord. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd; appellante beschikt over arbeidsvermogen en komt niet in aanmerking voor een Wajong-uitkering.