ECLI:NL:CRVB:2020:3090
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging studiefinanciering en vaststelling OV-schuld wegens niet tijdige stopzetting reisproduct
Appellante kreeg vanaf juli 2013 studiefinanciering toegekend, inclusief een studentenreisproduct, dat zij in juli 2014 stopzette. Vanaf augustus 2015 volgde zij opnieuw een opleiding en kreeg zij opnieuw studiefinanciering met reisproduct toegekend. De minister stelde bij besluit van augustus 2018 een OV-schuld van €194,- vast omdat appellante het reisproduct niet tijdig had stopgezet na het einde van haar studiefinancieringsrecht op 31 juli 2018.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat vaststond dat zij het reisproduct pas op 22 augustus 2018 stopzette en zij daarmee niet tijdig het recht had beëindigd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij het reisproduct in 2015 niet had aangevraagd, niet had gekoppeld aan haar nieuwe OV-chipkaart, en het niet had geactiveerd of gebruikt. De Raad oordeelde dat deze stellingen niet onderbouwd waren en dat het reisproduct automatisch was gekoppeld aan haar OV-chipkaart uit 2013, die pas in 2017 werd vervangen.
De Raad wees erop dat het op de weg van appellante lag om bezwaar te maken tegen de toekenning van het reisproduct in 2015 en dat het feit dat zij het product niet gebruikte niet relevant was voor de vaststelling van de schuld. Ook de wetswijziging van 2019, die betaling alleen verplicht stelt bij gebruik van het reisproduct, kon appellante niet baten omdat deze niet met terugwerkende kracht geldt. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de OV-schuld wegens niet tijdige stopzetting van het reisproduct en verklaart het hoger beroep ongegrond.