ECLI:NL:CRVB:2020:3083
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet verschijnen op uitnodiging
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd op basis van anonieme meldingen onderzocht door een bijzondere controleur. Deze controleur stelde vast dat appellant meerdere keren niet alle gevraagde gegevens overlegde en nodigde hem uit voor een gesprek op 20 april 2017, waarbij de uitnodiging persoonlijk in zijn brievenbus werd gedeponeerd. Appellant verscheen niet.
Het college schortte vervolgens het recht op bijstand op en nodigde appellant uit voor een nieuw gesprek op 24 april 2017, ook persoonlijk bezorgd. Appellant verscheen wederom niet. Het college trok daarop de bijstand met ingang van 20 april 2017 in. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de brief niet correct was bezorgd vanwege de onduidelijke locatie van zijn brievenbus en dat hij de uitnodiging te laat had gezien. De Raad oordeelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat de brief correct was bezorgd, mede aan de hand van foto’s en onderzoek naar de brievenbussen. Het risico van te late ontvangst kwam voor appellant. De Raad bevestigde daarom het besluit tot intrekking van de bijstand.
De Raad vond geen aanleiding om de verklaring van de bijzondere controleur in twijfel te trekken en verwierp de bezwaren van appellant. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.