ECLI:NL:CRVB:2020:2991
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening van onherroepelijke uitspraak in WAO-zaak
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een uitspraak van 9 september 2016, waarin zijn hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. Eerder had de rechtbank Amsterdam zijn beroep tegen een beslissing op bezwaar ook al ongegrond verklaard.
De Raad heeft het verzoek om herziening beoordeeld aan de hand van artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat herziening mogelijk maakt indien nieuwe feiten of omstandigheden aan het licht komen die voorheen niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Verzoeker stelde dat hij gehandicapt is, onder medische behandeling staat en geld nodig heeft, maar bracht geen feiten of omstandigheden aan die aan de wettelijke criteria voldoen.
De Raad concludeert dat het verzoek om herziening niet kan worden toegewezen omdat niet is gebleken dat aan de voorwaarden van artikel 8:119 Awb Pro is voldaan. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.