ECLI:NL:CRVB:2019:121
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening van bestuursrechtelijke uitspraak over WAO
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een uitspraak van 9 september 2016 waarin zijn hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. Het verzoek tot herziening werd ingediend op grond van artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Verzoeker gaf aan dat hij gehandicapt is, onder medische behandeling staat en financiële middelen nodig heeft. De Raad heeft beoordeeld of op grond van de wettelijke criteria voor herziening nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die bij de eerdere uitspraak niet bekend waren en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden.
De Raad concludeerde dat verzoeker geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die aan de voorwaarden van artikel 8:119 Awb Pro voldoen. Daarom werd het verzoek om herziening afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor het opleggen van proceskosten.
De uitspraak werd gedaan door voorzitter J.P.M. Zeijen en griffier W.M. Swinkels op 14 januari 2019, in het openbaar.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen omdat niet is gebleken dat nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd die herziening rechtvaardigen.