Uitspraak
19 794 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
15 december 2017.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt sinds 2009 bijstand als alleenstaande. Naar aanleiding van een anonieme tip werd onderzocht of zij samenwoonde met X, die mogelijk medebewoner was. Uit onderzoek, waaronder waarnemingen en een huisbezoek, bleek dat X zijn hoofdverblijf had in de woning van appellante gedurende de periode 29 september tot 15 december 2017.
Het dagelijks bestuur van de uitvoeringsorganisatie Baanbrekers paste daarop de kostendelersnorm toe en verlaagde de bijstand van appellante. Appellante voerde aan dat het verblijf van X tijdelijk was en dat hij ook elders verbleef, maar dit werd niet aannemelijk geacht.
De Raad oordeelde dat het zwaartepunt van het persoonlijke leven van X in de woning van appellante lag, mede gelet op talrijke waarnemingen en de aanwezigheid van persoonlijke spullen bij het huisbezoek. De verlaging van de bijstand met toepassing van de kostendelersnorm is daarom terecht. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met toepassing van de kostendelersnorm wordt bevestigd omdat X zijn hoofdverblijf had in de woning van appellante.