ECLI:NL:CRVB:2020:287
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over ontoereikende motivering beëindiging ziekengeld na nawerking Ziektewet
Appellant, voormalig montagemedewerker, meldde zich ziek na een bedrijfsongeval en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Het UWV beëindigde het ziekengeld per 14 juli 2014 omdat appellant meer dan 65% van zijn loon kon verdienen met andere functies. Na een beroep op nawerking stelde het UWV het besluit echter ongewijzigd vast, ondanks gewijzigde medische beperkingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en achtte de medische beoordeling en de geschiktheid van twee functies voldoende. Appellant stelde in hoger beroep dat hij meer beperkt was en dat het UWV onterecht niet terugkwam op het eerdere besluit.
De Raad volgt de rechtbank in de medische beoordeling en geschiktheid van de twee functies, maar oordeelt dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het besluit gehandhaafd blijft, omdat het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten vereist dat ten minste drie functies worden betrokken bij de beoordeling. De Raad draagt het UWV op het gebrek binnen zes weken te herstellen.
Uitkomst: Het UWV moet het besluit binnen zes weken herstellen vanwege ontoereikende motivering bij beëindiging van het ziekengeld.