ECLI:NL:CRVB:2020:2834
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens onvoldoende inzicht financiële situatie woonwagenverkoop
Appellanten hebben hun bijstand ingetrokken gekregen nadat het college van burgemeester en wethouders van Midden Drenthe had vastgesteld dat zij onvoldoende inzicht hadden gegeven in hun financiële situatie. Dit volgde op een onderzoek naar de verkoop van hun oude woonwagen en de aankoop van een nieuwe casco woonwagen. Hoewel appellanten verklaarden contante betalingen te hebben gedaan en geleend te hebben van familie, konden zij geen verifieerbare bewijsstukken overleggen.
Het college besloot daarom de bijstand met ingang van 11 oktober 2017 in te trekken en de gemaakte kosten terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen dit besluit ongegrond, omdat zij onvoldoende concrete en verifieerbare informatie hadden verstrekt. Appellanten voerden in hoger beroep aan dat zij wel voldoende informatie hadden gegeven, maar de Raad vond dat de verklaringen onvoldoende waren en dat de gebruikelijke cultuur van contant betalen binnen woonwagenbewoners geen reden is om hiervan af te wijken.
Ook de na de intrekking ingediende aanvragen om bijstand en bijzondere bijstand werden afgewezen omdat appellanten nog steeds geen inzicht hadden gegeven in hun financiële situatie. De Raad bevestigde de eerdere uitspraken en wees de hoger beroepen af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd vanwege onvoldoende inzicht in de financiële situatie van appellanten.