ECLI:NL:CRVB:2020:2775
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om terugkomen op besluit beëindiging Ziektewet-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante was werkzaam als medewerkster hypotheken en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV verklaarde haar hersteld en beëindigde haar Ziektewet-uitkering. Appellante maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. Haar beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend.
Appellante verzocht later om terug te komen op het besluit, stellende dat haar psychische klachten onvoldoende waren onderkend en dat zij niet in staat was geweest om tijdig haar standpunt te onderbouwen. Dit verzoek werd afgewezen omdat geen nieuwe relevante feiten of veranderde omstandigheden waren overgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. De Centrale Raad van Beroep volgt dit oordeel en stelt vast dat de aangeleverde journaalgegevens van de huisarts dateren van vóór het oorspronkelijke besluit en dat appellante psychisch in staat was om haar standpunt tijdig aan te voeren. Het verzoek om vergoeding van schade wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.