ECLI:NL:CRVB:2020:2758
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit buiten behandeling stellen bijstandsaanvraag wegens onjuiste toepassing artikel 4:5 Awb
Appellante heeft op 11 januari 2018 bijstand aangevraagd op grond van de Participatiewet. Het college verzocht haar om aanvullende gegevens, waaronder bankafschriften en verklaringen over stortingen van derden. Hoewel appellante bankafschriften overlegde, ontbraken verklaringen van derden over de gestorte bedragen. Het college stelde de aanvraag daarop buiten behandeling op grond van artikel 4:5 Awb Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het college ten onrechte de aanvraag buiten behandeling heeft gesteld. De Raad stelt vast dat appellante alle gegevens waarover zij redelijkerwijs kon beschikken heeft verstrekt en dat de gevraagde verklaringen van derden geen concrete objectieve gegevens zijn, maar een toelichting die behoort tot de inhoudelijke beoordeling.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, verklaart het beroep gegrond en draagt het college op een nieuwe inhoudelijke beslissing te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten en vergoedt het griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit buiten behandeling te stellen wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuwe inhoudelijke beslissing te nemen.