ECLI:NL:CRVB:2020:268
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of veranderde omstandigheden
Appellant heeft meerdere aanvragen ingediend voor een Wajong-uitkering, telkens afgewezen door het UWV vanwege het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden ten aanzien van zijn medische situatie rond zijn achttiende jaar.
De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen, omdat de medische situatie van appellant sinds zijn achttiende jaar niet wezenlijk is veranderd binnen de daarvoor relevante periode van vijf jaar.
In hoger beroep heeft appellant betoogd dat zijn beperkingen sinds 1997 zijn toegenomen en dat hij nu ook een cognitieve stoornis heeft, maar de Raad volgt het oordeel van de rechtbank en het UWV dat de aangeleverde medische informatie geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevat die aanleiding geven om eerdere besluiten te herzien.
De Raad merkt op dat de beperkingen door epilepsie reeds bij eerdere beoordelingen zijn meegenomen en dat er geen bewijs is voor een blijvende toename van beperkingen binnen vijf jaar na het bereiken van de achttienjarige leeftijd.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.