ECLI:NL:CRVB:2020:2663
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid interne kandidaat in sollicitatieprocedure tijdelijk samenwerkingsverband politie en OM
Appellant, werkzaam als [naam functie 1] bij de politie, solliciteerde op 11 juni 2018 op een hogere functie binnen een tijdelijk samenwerkingsverband met het Openbaar Ministerie. Na aanvankelijk niet te zijn uitgenodigd voor een gesprek, werd dit besluit vernietigd en moest appellant alsnog worden beoordeeld. Appellant zag echter af van het gesprek, waardoor de beoordeling uitsluitend op basis van zijn motivatiebrief en CV plaatsvond.
De rechtbank oordeelde dat de korpschef onvoldoende had gemotiveerd waarom de vacature gelijktijdig intern en extern was opengesteld en vernietigde het bestreden besluit. De rechtbank stelde dat appellant niet geschikt was, mede gezien zijn lage score in de selectiematrix en het ontbreken van actuele ervaring op het gebied van financiële opsporing.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij als enige interne kandidaat niet met externen vergeleken mocht worden en dat alleen zijn geschiktheid of maakbaarheid binnen twee jaar relevant was. De Raad oordeelde echter dat de korpschef in redelijkheid tot zijn oordeel kon komen dat appellant niet geschikt was en niet binnen twee jaar geschikt gemaakt kon worden, mede vanwege het belang van directe inzetbaarheid in het samenwerkingsverband.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd; appellant is niet geschikt voor de functie.