ECLI:NL:CRVB:2020:2658
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting salaris wegens arbeidsongeschiktheid zonder sprake van buitensporige werkomstandigheden
Appellant was werkzaam bij de Gemeenschappelijke regeling DDFK-gemeenten en viel per 2 november 2017 uit wegens psychische klachten. Het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling DDFK-gemeenten legde op 25 april 2018 een salarisverlaging van 10% op vanwege ongeschiktheid tot arbeid. Het college van burgemeester en wethouders van Noardeast-Fryslân verklaarde het bezwaar tegen deze korting ongegrond. De rechtbank Noord-Nederland bevestigde dit oordeel.
Appellant stelde dat zijn arbeidsongeschiktheid werd veroorzaakt door buitensporige werkomstandigheden, met name door de reorganisatie en de terugkeer van een voormalige leidinggevende als directe collega. Hij overhandigde rapportages ter onderbouwing. De Raad oordeelde dat, hoewel de psychosociale factoren arbeidsgerelateerd waren, deze niet objectief als buitensporig konden worden beschouwd. De reorganisatie en de onzekerheid werden als normale werkomstandigheden gezien.
De Raad benadrukte dat de werkgever maatregelen had genomen om contact tussen appellant en de voormalige leidinggevende te voorkomen. De rapportages boden geen voldoende grond voor een andere conclusie. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de korting van 10% op het salaris wegens arbeidsongeschiktheid blijft gehandhaafd.