Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV van 9 september 2016 waarin werd vastgesteld dat hij vanaf 13 oktober 2016 geen recht meer had op ziekengeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Naar aanleiding van een deskundigenrapport nam het UWV op 10 juni 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar en verlengde het ziekengeld tot de maximale termijn.
Appellant stelde dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onvoldoende was aangepast, wat negatieve gevolgen zou kunnen hebben voor een toekomstige WIA-aanvraag. De Raad overwoog dat een inhoudelijke beoordeling alleen zinvol is als het resultaat daadwerkelijk kan worden bereikt en feitelijke betekenis heeft voor appellant.
Omdat het UWV het bezwaar gegrond verklaarde en het ziekengeld voortzette, ontbrak het procesbelang voor appellant. Ook het belang bij een toekomstige WIA-aanvraag werd verworpen omdat deze beoordeling gebaseerd moet zijn op actueel onderzoek. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en veroordeelde het UWV in de proceskosten.