ECLI:NL:CRVB:2020:2512
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing kostendelersnorm bij rouleren tussen twee woningen met medebewoner
Appellant vroeg bijstand aan en gaf aan dakloos te zijn, met een dochter die tijdelijk bij hem verbleef omdat haar tante op vakantie was. Hij verklaarde te rouleren tussen twee adressen waar telkens een andere volwassene stond ingeschreven. Het college kende bijstand toe met toepassing van de kostendelersnorm voor twee personen, omdat op beide adressen sprake was van twee meerderjarige personen.
Appellant voerde aan dat het college nader onderzoek had moeten doen en dat hij feitelijk alleen woonde en de volledige woonkosten droeg. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad overwoog dat het feitelijk delen van woonkosten niet relevant is voor de toepassing van de kostendelersnorm en dat er geen aanwijzingen waren voor een andere woon- en leefsituatie dan die door appellant zelf was opgegeven.
De Raad concludeerde dat het college op goede gronden de kostendelersnorm heeft toegepast en dat het hoger beroep niet slaagt. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm en wijst het hoger beroep af.