ECLI:NL:CRVB:2020:2502
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van arbeidsongeschiktheidspercentage en WGA-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, voormalig vrachtwagenchauffeur, meldde zich ziek met lichamelijke en vermoeidheidsklachten. Het UWV stelde op basis van medisch onderzoek en een functionele mogelijkhedenlijst (FML) vast dat appellant voor 79,24% arbeidsongeschikt was en kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe.
Appellant maakte bezwaar tegen de mate van arbeidsongeschiktheid, stellende dat zijn chronische vermoeidheidsklachten onvoldoende waren meegenomen. Hij overlegde een brief van het Nederlands Kenniscentrum Chronische Vermoeidheid en verzocht om een onafhankelijke deskundige. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen adequaat waren vastgesteld.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad vond geen aanleiding om de beperkingen te herzien of een onafhankelijke deskundige te benoemen. Tevens werd geoordeeld dat appellant procesbelang heeft bij het hoger beroep vanwege de gevolgen voor de WGA-uitkering na de loongerelateerde fase.
De Raad concludeerde dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn en dat de mate van arbeidsongeschiktheid juist is vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van het arbeidsongeschiktheidspercentage van 79,24% wordt bevestigd.