ECLI:NL:CRVB:2020:2489
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor administratief medewerker
Appellante was ziek gemeld wegens schouder- en spanningsklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na medisch onderzoek en arbeidsdeskundig advies beëindigde het UWV de uitkering omdat zij geschikt werd geacht voor ander passend werk als administratief medewerker.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren ingeschat, inclusief de gevolgen van een whiplash na een auto-ongeval. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen onderschat waren en dat de functie niet passend was vanwege neurocognitieve stoornissen en fysieke belastbaarheid.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat het UWV voldoende gemotiveerd had dat de functie geschikt was, dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat er geen nieuwe medische stukken waren die twijfel aan de beoordeling konden doen ontstaan. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.