ECLI:NL:CRVB:2020:2488
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldig medisch onderzoek en juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid in Ziektewetzaak
Appellante was werkzaam als magazijnmedewerker en meldde zich ziek met diverse klachten, waaronder de ziekte van Crohn en carpaal tunnel syndroom. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering na een medisch en arbeidskundig onderzoek waaruit bleek dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen met aangepaste functies.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de conclusies van de verzekeringsartsen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen groter waren dan vastgesteld, onderbouwd met een expertiserapport van De Landelijke Expertisebalie, maar dit gaf volgens de Raad geen reden tot twijfel.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveerde uitvoerig waarom het expertiserapport geen aanleiding gaf tot aanpassing van de Functionele Mogelijkhedenlijst. De Raad volgde het oordeel van de rechtbank dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren en dat appellante ten minste één functie kon verrichten.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de bestreden uitspraken. Er is geen aanleiding voor een onafhankelijk medisch deskundigenonderzoek of wijziging van de vastgestelde arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.