ECLI:NL:CRVB:2020:2486
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende medische belastbaarheid en niet vervulde wachttijd
Appellante was werkzaam als verkoopster en meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV kende haar een Ziektewetuitkering toe, maar stelde na toetsing vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde het ziekengeld. Tevens werd een WIA-uitkering geweigerd omdat de wachttijd van 104 weken niet was vervuld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordelend dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht en de medische belastbaarheid juist had ingeschat, inclusief rekening houdend met psychische klachten en medicatiegebruik. Appellante bracht geen nieuwe medische informatie in.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, waaronder het verzoek om een onafhankelijke arbeidsdeskundige, maar de Raad volgde de rechtbank en het UWV. Er was geen aanleiding voor aanvullend onderzoek of andere beoordeling van belastbaarheid. De Raad bevestigde dat appellante niet aan de wachttijd voldeed en dus geen WIA-uitkering ontvangt.
De Raad concludeert dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigt de eerdere uitspraak zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd; appellante heeft geen recht op een WIA-uitkering.