ECLI:NL:CRVB:2020:2448
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening schuldig nalatigheid AOW-premie na schuldsanering
Appellant werd in 2011 schuldig nalatig verklaard voor het niet betalen van AOW-premie over 2007. Ondanks een schuldsaneringstraject dat in 2012 begon, werd de schuldig nalatigheid gehandhaafd omdat de premie niet was kwijtgescholden of betaald binnen de wettelijke termijn.
Appellant verzocht meerdere malen om herziening van het besluit, stellende dat de premie onderdeel was van de schuldsanering en dat hij onvoldoende was geïnformeerd over de status van zijn schulden. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees deze verzoeken af, stellende dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat de gestelde dwaling en onvolledige informatie geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormden die herziening rechtvaardigen. Het risico dat appellant niet op de hoogte was van de premieschuld lag bij hem.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit niet evident onredelijk was en dat de eerdere besluiten rechtmatig waren genomen. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de schuldig nalatigheid voor niet-betaalde AOW-premie wordt afgewezen en de eerdere besluiten worden gehandhaafd.