Uitspraak
18.637 WAJONG
OVERWEGINGEN
.Deze voorwaarden behoeven daarom geen verdere bespreking.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, geboren in 1998, vroeg een Wajong-uitkering aan vanwege een lichte verstandelijke handicap, ADHD en dyslexie. Het UWV wees de aanvraag af omdat appellant arbeidsvermogen heeft, hetgeen werd bevestigd in bezwaar en beroep. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van het UWV.
De kern van het geschil betrof de vraag of appellant niet over basale werknemersvaardigheden beschikt en of hij ten minste één uur aaneengesloten kan werken. Uit het onderzoek van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen blijkt dat appellant, ondanks zijn beperkingen, in staat is om instructies te begrijpen, afspraken na te komen en redelijk zelfstandig te functioneren met begeleiding.
De Raad oordeelt dat het UWV het onderzoek zorgvuldig heeft uitgevoerd, waarbij ook het functioneren van appellant bij twee werkgevers is betrokken. Hoewel appellant begeleiding nodig heeft, betekent dit niet dat hij niet kan werken. De Raad bevestigt dat appellant arbeidsvermogen heeft en daarom niet als jonggehandicapte kan worden aangemerkt. Het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag Wajong-uitkering wordt afgewezen omdat appellant arbeidsvermogen heeft.