ECLI:NL:CRVB:2020:2290

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 september 2020
Publicatiedatum
25 september 2020
Zaaknummer
17/7523 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 AwbBesluit proceskosten bestuursrechtArt. 2 Bpb
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV en veroordeling in proceskosten

Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken nadat het UWV met een nieuwe beslissing op bezwaar van 9 april 2020 volledig aan haar bezwaren tegemoet is gekomen. De Centrale Raad van Beroep heeft daarop besloten het UWV te veroordelen in de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep.

De proceskostenvergoeding is vastgesteld op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht en omvat zowel de kosten voor het indienen van het beroepschrift als het hogerberoepschrift, inclusief het verschijnen ter zitting. Daarnaast is het verzoek tot vergoeding van kosten voor rapporten van verzekeringsarts H.M.Th. Offermans gedeeltelijk toegewezen, waarbij een uurtarief van respectievelijk €122,63 (2018) en €126,47 (2019) is gehanteerd.

De totale vergoeding aan appellante bedraagt €3.750,79, exclusief griffierecht, waarvoor appellante zich rechtstreeks tot het UWV kan wenden. De uitspraak werd gedaan door M. Schoneveld, in aanwezigheid van griffier L.R. Scherpenzeel-Carlier, op 23 september 2020.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €3.750,79 aan proceskosten na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming.

Uitspraak

Datum uitspraak: 23 september 2020
17/7523 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van
18 oktober 2017, 17/109 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

De Raad heeft op 16 januari 2020 een tussenuitspraak gedaan (ECLI:NL:CRVB:2020:98).
Het Uwv heeft op 9 april 2020 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Per faxbericht van 19 mei 2020 heeft mr. N. Robijn-Meijer, advocaat, namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de nieuwe beslissing op bezwaar van 9 april 2020 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), begroot op
€ 1.050,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 1.050,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) voor verleende rechtsbijstand.
Het verzoek om vergoeding van de kosten van de door appellante overgelegde rapporten van verzekeringsarts H.M.Th. Offermans, komt gedeeltelijk voor toewijzing in aanmerking. Met het Uwv is de Raad van oordeel dat gelet op artikel 2, eerste lid, aanhef en onder b, van het Bpb en gelet op artikel 8 van Pro het Besluit tarieven in strafzaken 2003 (Bts), daarbij moet worden uitgegaan van een geldend uurtarief van € 122,63 (2018) en € 126,47 (2019). Uit de door de gemachtigde van appellante overgelegde nota’s blijkt dat de werkzaamheden van Offermans 7 uur (2018) en 4 uur (2019) in beslag hebben genomen, zodat de totale vergoeding € 1.650,79 (inclusief omzetbelasting) bedraagt.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 3.750,79.
Deze uitspraak is gedaan door M. Schoneveld, in tegenwoordigheid van
L.R. Scherpenzeel-Carlier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
23 september 2020.
(getekend) M. Schoneveld
(getekend) L.R. Scherpenzeel-Carlier

TM