Uitspraak
19.2956 AW, 19/2957 AW, 19/2958 AW
mr. E.C.H. Pot.
OVERWEGINGEN
vraag van verbalisant): Maar heeft u hem ook gebruikt voor uw eigen voertuig? *”
antwoord): Dat zal ongetwijfeld een keer gebeurd zijn.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was sinds 1979 werkzaam bij het Ministerie van Defensie en werd geconfronteerd met beschuldigingen van plichtsverzuim, waaronder het aannemen van giften in de vorm van privégebruik van tankpassen en deelname aan kosteloze vakantiereizen. Na een commissieonderzoek en strafrechtelijke vervolging werd appellant geschorst en onvoorwaardelijk ontslagen.
De rechtbank oordeelde dat appellant zich schuldig had gemaakt aan ernstig plichtsverzuim en wees zijn beroep tegen de schorsing en het ontslag af. In hoger beroep betoogde appellant dat de integriteitsregels onduidelijk waren en dat de reizen noodzakelijk waren voor zijn functie, maar deze argumenten werden verworpen.
De Raad stelde vast dat de schorsing rechtmatig was en dat het strafontslag niet onevenredig was gezien de ernst van de gedragingen. De cultuur binnen Defensie ontsloeg appellant niet van zijn persoonlijke verantwoordelijkheid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de schorsing en het onvoorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim.