Uitspraak
18.2233 PW, 18/2848 PW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak 1 voor zover aangevochten;
- bevestigt de aangevallen uitspraak 2 voor zover aangevochten;
- wijst de verzoeken om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en stond ingeschreven op het uitkeringsadres. Na een onderzoek door een sociaal rechercheur stelde het college vast dat appellant meerdere kostendelende medebewoners had, met name A, die zijn hoofdverblijf op het uitkeringsadres had. Het college paste daarom de kostendelersnorm toe en herzag de bijstand, met terugvordering van teveel ontvangen bedragen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het college niet aan de bewijslast had voldaan en dat hij door een CVA niet in staat was informatie te verstrekken over het verblijf van A. De Raad oordeelde dat de verklaring van A en andere onderzoeksbevindingen voldoende grondslag boden om aan te nemen dat A zijn hoofdverblijf op het uitkeringsadres had en dat er geen sprake was van een commerciële huurrelatie.
Verder werd het beroep op bijzondere afstemming van de bijstand op grond van artikel 18 PW Pro verworpen vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden. Ook het beroep dat appellant door zijn geestelijke gesteldheid niet in staat was te informeren werd niet aanvaard wegens onvoldoende bewijs.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank Amsterdam en wees de verzoeken om schadevergoeding en wettelijke rente af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van bijstand met toepassing van de kostendelersnorm en wijst het hoger beroep en verzoeken tot schadevergoeding af.