ECLI:NL:CRVB:2020:2134
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewet-uitkering na medische beoordeling
Appellant, voormalig chauffeur openbaar vervoer, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten en ontving aanvankelijk een Ziektewet-uitkering. Na een Eerstejaars ZW-beoordeling beëindigde het UWV de uitkering omdat appellant meer dan 65% van zijn oude loon kon verdienen in andere functies. Appellant werd niet meer geschikt geacht voor zijn oude werk, maar wel voor functies zoals wikkelaar.
Appellant meldde zich later opnieuw ziek en vroeg om herziening van zijn uitkeringssituatie, stellende dat zijn beperkingen waren toegenomen. Het UWV weigerde de ZW-uitkering op grond van een medisch onderzoek door verzekeringsartsen, die geen verslechtering constateerden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn klachten en stelde dat het UWV zijn situatie onderschatte, maar leverde geen nieuwe medische gegevens aan. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en concludeerde dat er geen reden was om aan de medische beoordeling te twijfelen. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de Ziektewet-uitkering bevestigd.