ECLI:NL:CRVB:2020:2121
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld wegens voldoende belastbaarheid
Appellante, voormalig huishoudelijk medewerker, meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat zij meer dan 65% van haar oude loon kon verdienen met ander werk, waarna het recht op ziekengeld werd beëindigd. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat zij verdergaand beperkt was en de gebruikte Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) te gedateerd was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de FML actueel was. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De medische gegevens toonden geen significante verslechtering van de klachten sinds de eerdere beoordeling. De verzekeringsartsen motiveerden inzichtelijk dat de psychosociale problematiek de klachten verklaarde en dat er geen aanleiding was voor aanvullende beperkingen.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht de FML van december 2015 als uitgangspunt nam en appellante geschikt achtte voor de functie van samensteller elektronische apparatuur. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld omdat zij geschikt is voor ander werk volgens de Functionele Mogelijkhedenlijst.