Uitspraak
17.6016 ZW, 19/3878 ZW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 3 augustus 2017 ongegrond.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was ziek gemeld met lichamelijke klachten en kreeg aanvankelijk ziekengeld. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat appellant met beperkingen in staat is om passend werk te verrichten en meer dan 65% van zijn loon kan verdienen. De rechtbank vernietigde het besluit omdat onvoldoende was aangetoond dat de geselecteerde functies rekening hielden met de beperking door misofonie.
Het UWV nam een nieuw besluit waarbij zij nadere rapporten overlegde waarin werd toegelicht dat de functies medisch geschikt zijn en dat beperkingen zoals misofonie en rugklachten zijn meegewogen. De Raad volgde het oordeel van de verzekeringsarts dat appellant niet verder beperkt is dan in de FML vermeld en dat de functies passend zijn, mede omdat eten op de werkplek niet voorkomt en gehoorbescherming mogelijk is.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit van het UWV tot beëindiging van de ZW-uitkering. Er was geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering bevestigd.