ECLI:NL:CRVB:2020:2087
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening voor noodopvang gezin met Nederlandse nationaliteit
Verzoekster, geboren in 1986, keerde in december 2019 met haar gezin terug naar Nederland vanuit Portugal vanwege sociaaleconomische omstandigheden. Zij en haar kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit, haar echtgenoot een verblijfsvergunning. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam beëindigde de noodopvang omdat verzoekster als zelfredzaam werd beschouwd en zonder directe noodzaak naar Nederland was gekomen.
Verzoekster stelde dat zij niet zelfredzaam is, verwijzend naar psychische problemen en het voorkomen van dakloosheid van kinderen op grond van verdragsbepalingen en jurisprudentie. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster met een uitkering op grond van de Participatiewet geacht wordt in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien en dat de Wmo 2015 niet bedoeld is om schaarste op de woningmarkt op te lossen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het beroep op verdragsbepalingen en lopende cassatieprocedures naar verwachting niet zal slagen en dat de aangevallen uitspraak waarschijnlijk in stand blijft. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor voortzetting van de noodopvang is afgewezen omdat verzoekster geacht wordt zelf in onderdak te kunnen voorzien.